Diagnose

IQ - Intelligentie onderzoek

Intelligentie is een complex begrip dat bestaat uit meerdere factoren en dimensies. Algemeen kunnen we stellen dat intelligentie de geëigende, globale capaciteit van het individu is om doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief om te gaan met de omgeving.

Een intelligentiequotiënt (IQ) tussen 85 en 115 wordt gezien
als een gemiddeld IQ.

 

Met een intelligentieonderzoek worden jouw cognitieve vaardigheden vastgesteld. Vaak wordt een intelligentieonderzoek aangeraden wanneer de schoolresultaten niet binnen de verwachtingen liggen.
Een intelligentietest kan eveneens ingezet worden als psycho-educationele test en bij het vaststellen van neuropsychologische en psychiatrische stoornissen (ASS, ADHD, …).

De doelstelling van het onderzoek bepaalt mede hoe uitgebreid dit wordt uitgevoerd.

WPPSI-IV-NL | Wechsler Preschool and Primary Scale of Intelligence
De WPPSI-IV is ontwikkeld voor kinderen van 2 jaar 6 maanden t/m 7 jaar 11 maanden.
De test wordt individueel afgenomen en gebeurt digitaal of volgens de pen-en-papiermethode.

De afnameduur is 50 – 70 minuten.

WISC-V-NL | Wechsler Intelligence Scale for Children
De WISC-V is een individueel af te nemen, klinische instrument voor een uitgebreid onderzoek naar de intelligentie van kinderen tussen 6 jaar en 16 jaar en 11 maanden.
De afname gebeurt digitaal of volgens de pen-en-papiermethode.

De afnameduur is 75 – 90 minuten. 

WAIS-IV-NL | Wechsler Adult Intelligence Scale
De WAIS-IV is ontwikkeld voor de intelligentiebepaling bij volwassenen tussen 16 en 85 jaar.
De test wordt individueel afgenomen en gebeurt digitaal of volgens de pen-en-papiermethode.

De afnameduur is 60 – 90 minuten.

Op zoek naar een non-verbale IQ-test? Neem gerust contact op.

De resultaten van de intelligentietest brengen jouw sterke en minder sterke kanten in kaart. Zo kan er ondersteuning op maat plaatsvinden en/of gepast onderwijs worden voorzien.

IQ - Hoogbegaafdheidsonderzoek

Bij hoogbegaafdheid denken we vooral aan hoge prestaties, hoge cijfers op school en een hoog intelligentiequotiënt. Echter is dit een behoorlijke misvatting; hoogbegaafdheid is meer dan dat. Enkele typerende kenmerken zijn:

  • zeer snel en divergent denken
  • goed geheugen
  • veel ‘waarom’-vragen stellen
  • creatief en vindingrijk zijn
  • sterk rechtvaardigheidsgevoel

Het testonderzoek omvat een gesprek, een intelligentiemeting maar ook een ontwikkelingsanamnese, emotioneel belevingsonderzoek en indien nodig aanvullende neuropsychologische onderzoeken.

Een hoogbegaafdheidsonderzoek brengt niet enkel jouw cognitieve capaciteiten maar ook jouw zijnskenmerken in kaart. Zo kan er ondersteuning op maat plaatsvinden en/of gepast onderwijs worden voorzien. Daarnaast kan er ingezet worden op de copingstrategieën om de levenskwaliteit te verbeteren.

ASS - Autismespectrumstoornis

Een autismespectrumstoornis (ASS) is een ontwikkelingsstoornis waarbij de informatieverwerking in de hersenen verstoord is. Door de diverse verschijningsvormen en de verschillende graden van ernst spreekt men van een spectrum. De stoornis in onomkeerbaar en kan niet worden genezen.

De diagnose van ASS wordt gesteld volgens de criteria van de DSM-5:

Aanhoudende tekorten in de sociale communicatie en sociale interactie

  • Sociaal-emotionele wederkerigheid: Personen met autisme ervaren moeilijkheden in de omgang met anderen. Ze slagen er moeilijk in om op een normale manier sociale contacten te leggen. Daarnaast zullen ze ook minder de neiging hebben om hun interesses, emoties of affect te delen.
  • Non-verbale communicatie: De communicatie wordt vaak niet ondersteund met lichaamstaal, gebaren en gezichtsuitdrukkingen. Dit uit zich meestal in abnormaal oogcontact, weinigzeggende gezichtsuitdrukkingen en geen gebaren gebruiken om zaken aan te wijzen.
  • Ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties: Mensen met autisme kunnen moeilijk vrienden maken of stellen niet het juiste gedrag om vriendschappen te behouden. Vaak hebben ze moeite om zich aan de verschillende sociale omstandigheden aan te passen. Een opmerkelijk verschijnsel hierbij is dat ze moeite hebben om deel te nemen aan fantasiespel. Er kan eveneens een volledige afwezigheid van belangstelling voor leeftijdsgenoten zijn.

Beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten

  • Stereotiepe gedragingen, bewegingen, gebruik van voorwerpen of gesproken taal: Fladderen met de handen, wiegen, met de wieltjes van een auto draaien, speelgoed op volgorde zetten of het herhalen van bepaalde woorden of zinnen, zijn enkele typische kenmerken die voorkomen bij mensen met autisme.
  • Hardnekkig vasthouden aan routines en vaste patronen van gedrag: Mensen met autisme hebben moeite om zich flexibel op te stellen en raken overstuur bij veranderingen. Vandaar dat mensen met autisme nood hebben aan structuur.
  • Beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal intens of gefocust zijn: Er kunnen extreme interesses zijn in bepaalde voorwerpen of over bepaalde onderwerpen. Hier kan te pas en te onpas over gepraat blijven worden.
  • Hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstelling voor zintuiglijke aspecten: Vaak is er een overgevoeligheid voor licht, geluid of bepaalde texturen (in voedsel). Daarnaast kan er een fascinatie zijn om voorwerpen aan te raken of er aan te likken.

De eerste kenmerken worden meestal zichtbaar voor het derde levensjaar. Echter hoe ouder of intelligenter iemand met autisme is, hoe meer hij of zij geleerd heeft om de stoornis te compenseren en te camoufleren. Deze gedragingen vergen echter veel energie van de persoon met autisme.

Hoe wordt een diagnose vastgesteld?
Autismespectrumstoornissen worden steeds multidisciplinair vastgesteld. Een psychiater en klinisch psycholoog aangevuld met eventueel een logopedist en kinesist worden ingezet bij de diagnosevorming.

Wie komt in aanmerking voor onderzoek?
Afhankelijk van de algemene ontwikkeling van het kind kan een onderzoek vanaf 2 jaar.

Hoe verloopt het onderzoek?
Tijdens een intakegesprek bevragen we de voorgeschiedenis van uw kind, de vroege ontwikkeling en de huidige symptomen die aanleiding zijn tot verder onderzoek. Om een volledig beeld te krijgen doen we beroep op meerdere informanten. Zo kunnen er gegevens worden opgevraagd van de school, het CLB of andere hulpverleners. Bij volwassenen wordt er ook aandacht besteed aan het sociaal, relationeel en beroepsmatig functioneren.

Wanneer er tijdens het intakegesprek voldoende argumenten naar voor komen om over te gaan tot een onderzoek naar de aanwezigheid van een autismespectrumstoornis, dan wordt hier transparant over gecommuniceerd. In sommige gevallen is de aanmeldingsklacht minder duidelijk en is het noodzakelijk andere psychische of ontwikkelingsproblematieken uit te sluiten.

De onderzoeken worden steeds gebaseerd op een multi-informant en multi-methode benadering. Dit wil zeggen dat we gebruik maken van verschillende informanten (cliënt, ouders, school, hulpverleners, …) en verschillende methoden (observaties, vragenlijsten, interviews, …) om een betrouwbare diagnose te kunnen stellen.

Na de onderzoeken wordt u uitgenodigd voor een adviesgesprek. Tijdens het adviesgesprek worden de onderzoeksresultaten, de diagnose en de adviezen besproken. Als de diagnose wordt weerhouden en er dus sprake is van een autismespectrumstoornis dan is een psychiatrisch consult noodzakelijk om de diagnose te formaliseren. Hiervoor heeft u de keuze tussen een psychiater naar eigen keuze of een psychiater waar Centrum Psychodiagnostiek extern mee samenwerkt.

Wenst u voorafgaand aan dit gesprek toch nog meer informatie dan kan u tijdens de werkdagen tussen 9 en 16 uur terecht op ons telefoonnummer 03/321 09 88.

Een autismespectrumstoornis is een ontwikkelingsstoornis en is bijgevolg niet te genezen. Wel kan een behandeling helpen om de secundaire symptomen te verminderen en de levenskwaliteit te verbeteren. Aangezien er grote verschillen zijn binnen het spectrum wordt er steeds begeleiding op maat gegeven.

Psycho-educatie kan ingezet worden om meer inzicht te krijgen in de stoornis en hoe deze invloed heeft op jouw functioneren. Ook voor de context is psycho-educatie belangrijk, zo leren ouders het gedrag van hun kind beter te begrijpen en leren ze beter aan te sluiten bij wat het kind nodig heeft.

Wanneer er nood is aan een intensiever behandeltraject kan individuele begeleiding of relatie- en gezinsbegeleiding opgestart worden. Daarnaast kan een auticoach of thuisbegeleider worden ingezet.  

ADHD - Attention Deficit Hyperactivity Disorder

ADHD (aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis) is een ontwikkelingsstoornis waarbij we drie subtypes kunnen onderscheiden.

Overwegend onoplettend beeld
Enkele symptomen die kunnen worden ervaren zijn:

  • Achteloos fouten maken
  • Moeite om de aandacht erbij te houden
  • Afgeleid zijn
  • Moeite met organiseren van taken
  • Dingen kwijt raken
  • Vergeetachtig zijn

Dit subtype kreeg vroeger de naam ADD.

Overwegend hyperactief-impulsief beeld
Enkele symptomen die kunnen worden ervaren zijn:

  • Onrustig bewegen
  • Vaak opstaan
  • Overal opklimmen
  • Moeilijk rustig kunnen spelen
  • Aan een stuk door praten
  • Een flapuit zijn
  • Moeite met wachten

Gecombineerd beeld
De symptomen van de twee bovenstaande subtypes komen samen voor. Er is zowel sprake van onoplettendheid als hyperactiviteit en impulsiviteit.

We spreken van ADHD indien de problemen zich op zodanige wijze voordoen dat het invloed heeft op het sociaal, school- of beroepsmatig functioneren. ADHD kan voorkomen bij kinderen, jongeren en volwassenen.

Tijdens een intakegesprek worden de problemen en zorgen in kaart gebracht. Wanneer er tijdens het intakegesprek voldoende argumenten naar voor komen om over te gaan tot een onderzoek naar de aanwezigheid van ADHD, dan wordt hier transparant over gecommuniceerd. In sommige gevallen is de aanmeldingsklacht minder duidelijk en is het noodzakelijk andere psychische of ontwikkelingsproblematieken uit te sluiten.

De onderzoeken worden steeds gebaseerd op een multi-informant en multi-methode benadering. Dit wil zeggen dat we gebruik maken van verschillende informanten (cliënt, ouders, school, hulpverleners, …) en verschillende methoden (neuropsychologische testen, observaties, vragenlijsten, interviews, …) om een betrouwbare diagnose te kunnen stellen.

Na de onderzoeken wordt u uitgenodigd voor een adviesgesprek. Tijdens het adviesgesprek worden de onderzoeksresultaten, de diagnose en de adviezen besproken. Als de diagnose wordt weerhouden en er dus sprake is van ADHD dan is een psychiatrisch consult noodzakelijk om de diagnose te formaliseren. Hiervoor heeft u de keuze tussen een psychiater naar eigen keuze of een psychiater waar Centrum Psychodiagnostiek extern mee samenwerkt.

Wenst u voorafgaand aan dit gesprek toch nog meer informatie dan kan u tijdens de werkdagen tussen 9 en 16 uur terecht op ons telefoonnummer 03/321 09 88.

ADHD is een ontwikkelingsstoornis en is bijgevolg ongeneesbaar. Wel kan een behandeling helpen om de symptomen te verminderen en de levenskwaliteit te verbeteren. In samenspraak met een psychiater kunnen geneesmiddelen ingezet worden om de symptomen te verminderen, echter wordt de ADHD niet genezen en dient er rekening gehouden te worden met de eventuele bijwerkingen.  

Therapeutische begeleiding kan ingezet worden om te de diagnose te aanvaarden, te begrijpen en er mee leren om te gaan. Deze begeleiding kan intern opgestart worden bij de therapeuten van Synerga. Bij de begeleiding kan het hele gezin betrokken worden en kunnen opvoedingsadviezen worden gegeven.

LEERSTOORNISSEN

Personen met een specifieke leerstoornis hebben moeite met het aanleren en gebruiken van schoolse vaardigheden, zoals blijkt uit de persisterende aanwezigheid van minstens één van de volgende symptomen gedurende minstens zes maanden, ondanks interventies gericht op deze moeilijkheden:

Dyslexie

  • Onnauwkeurig of langzaam en moeizaam lezen van woorden
  • Moeite om de betekenis te begrijpen van wat wordt gelezen

Dysorthografie

  • Moeite met spelling

Dysgrafie

  • Moeite om zich schriftelijk uit te drukken
  • Onleesbaar handschrift en/of laag schrijftempo

Dyscalculie

  • Moeite met het zich eigen maken van gevoel voor en feiten rond getallen of berekeningen
  • Moeite met cijfermatig redeneren

Externe logopedisten worden betrokken bij het onderzoeksproces en bij de diagnosestelling van een specifieke leerstoornis. 

Onbehandelde leerstoornissen kunnen later voor grotere problemen of een tragere vooruitgang tijdens de schoolloopbaan zorgen.  Een behandeltraject opstarten bij een logopediste kan aangewezen zijn. Bij een leerstoornis is het belangrijk om de school te betrekken. Zo kunnen STICORDI-maatregelen aangewend worden om leerlingen met leerproblemen te ondersteunen in hun schoolloopbaan.

ANGST

Het feit dat we angst kunnen voelen is een belangrijk overlevingsmechanisme. Het helpt ons gevaar te herkennen en te vermijden. Bij een aantal mensen staat de angst echter niet meer in verhouding tot datgene waar ze bang voor zijn. Angst kan zo verlammend zijn dat ze allerlei zaken gaan vermijden. Dat kan een ernstige impact hebben op hun leven. Vaak geraken mensen ook in een vicieuze cirkel waardoor ze alsmaar meer gaan vermijden en alsmaar angstiger worden. 

Angststoornissen kunnen verschillende vormen aannemen. 

Een paniekstoornis houdt in dat je geregeld paniekaanvallen krijgt zonder dat daar een duidelijke reden voor is.

Van fobieën spreken we als je angst voor iets heel specifiek ontwikkelt. Hoogtevrees, angst voor kleine ruimtes (claustrofobie), voor drukke plekken met veel mensen (agorafobie) of vliegangst zijn daar enkele voorbeelden van. Er bestaan heel veel soorten fobieën. Een fobie hoeft niet per se problematisch te zijn: hoogtevrees hebben is niet erg zolang je niet ergens op moet klimmen. Angst voor spinnen hoeft geen probleem te zijn als er iemand in huis is die voor jou de spinnen weghaalt. Een aantal fobieën kan echter wel een enorme impact hebben op je dagelijks leven. Ze kunnen maken dat je heel veel normale zaken in het leven gaat mijden. 

Van een gegeneraliseerde angststoornis of piekerstoornis spreken we bij iemand die voortdurend piekert, overbezorgd is en vreest dat zaken fout gaan lopen. Je bent dan eigenlijk voortdurend gespannen en prikkelbaar en de minste aanleiding is genoeg om je enorm ongerust en angstig te voelen.

Angstproblematieken kunnen worden getest vanuit een persoonlijkheidsonderzoek.

De behandeling van angstproblematieken wordt vooral therapeutisch begeleid vanuit de cognitief- gedragstherapeutische aanpak. 

Medicatieve ondersteuning kan hierbij helpend zijn. Echter werkt dit enkel symptomatisch. 

DEPRESSIE

Depressie is een veelvoorkomende klacht waarbij een sombere stemming en verlies van interesse en plezier centraal staan.

De lijn tussen je een tijd depressief voelen en het kunnen spreken van een echte depressie is vaag. De intensiteit en ernst kunnen erg verschillen.
Er is op zich niets mis met eens een mindere dag hebben, je verdrietig of ontevreden voelen over een bepaalde gang van zaken of rouwen om een afscheid. Indien je langere tijd depressieve gevoelens hebt zoals neerslachtigheid en negatieve gedachten die je dagelijks functioneren verstoren, dan kan er sprake zijn van een depressie.

De meest voorkomende symptomen van depressie zijn:

  • Neerslachtigheid
  • Interesse en plezier verliezen van alledaagse dingen
  • Verstoorde eetlust: minder eetlust of juist overdreven eetlust
  • Slecht slapen of net moeilijk uit bed komen
  • Rusteloos zijn of juist loomheid ervaren
  • Weinig energie of moe zijn
  • Gevoelens van waardeloosheid of schuldgevoelen
  • Moeilijk kunnen concentreren, geheugenproblemen of besluiteloosheid
  • Gevoelens van wanhoop en gedachten aan zelfmoord

Depressie kan worden getest vanuit een combinatie van specifieke testings aangevuld met persoonlijkheidsonderzoek.

De meest effectieve begeleiding van depressie gebeurt vanuit een combinatie van psychotherapeutische en medicatieve behandeling. Psychotherapeutisch wordt gekeken naar de specifieke factoren die bijdragen aan depressie. Vervolgens worden nieuwe gedrags- en cognitieve patronen geïntegreerd in de levenscontext. 

PERSOONLIJKHEID

Een persoonlijkheidsonderzoek is een vorm van psychologisch onderzoek waarin we je persoonlijk functioneren in kaart brengen. Soms nodigen we vertrouwenspersonen mee uit indien aangewezen. Een persoonlijkheidsonderzoek kan een verlengstuk zijn van je consultatie bij een arts/psychiater. 

Hoe voel jij je? Welke kenmerken typeren jou? Hoe ga je om met emotionele gebeurtenissen en spanningen? Hoe reageer je bij stress? Hoe functioneer je in relaties met andere mensen? Is er sprake van een bepaalde symptomatologie? Een bepaald patroon in je functioneren, in je gedrag? Moeten we een diagnostische overweging maken? Is er sprake van een bepaalde stoornis, een ziektebeeld? Hoe ervaar je anderen, je gezin, je werkomgeving, je school? Dit zijn enkele vragen waarop we tijdens het onderzoek een antwoord geven. Naargelang jouw leeftijd en jouw zorg, kijken we welke persoonlijkheidsvragenlijsten we gebruiken. We observeren jou ook en nemen een klinisch interview af waarin we luisteren naar je motivatie, je doelstelling, de vraag van je arts/psychiater enz.

Een persoonlijkheidsonderzoek helpt je om je eigen gedrag beter te begrijpen, meer te weten te komen over jezelf en waar nodig de juiste aanpak te vinden. De resultaten van het onderzoek brengen we steeds in verband met jouw leeftijd en jouw ruimere context waarin je leeft. 

Voorkomende persoonlijkheidsproblematieken zijn borderline, narcisme, psychopathie en andere.

Het persoonlijkheidsonderzoek start met een kennismakingsgesprek. Hierna wordt er gebruik gemaakt van verschillende persoonlijkheidsvragenlijsten. De vragenlijsten brengen niet alleen persoonlijkheidskenmerken in kaart maar ook de klachten en het copinggedrag. De resultaten van de vragenlijsten worden geinterpreteerd en in de context van het leven van de persoon geplaatst. 

De behandeling van persoonlijkheidsproblematiek gebeurt veelal psychotherapeutisch. Een goede therapeutische begeleiding werkt op het gedragsniveau maar tevens op de persoonlijke motivatie. Een analyse van het verleden geeft vaak handvaten om nieuwe gedragspatronen in het heden mogelijk te maken. 

Bepaalde persoonlijkheidsproblematieken zoals bijvoorbeeld borderline vragen specifieke aanpak zoals dialectische gedragstherapie. Hiervoor wordt verwezen naar gespicaliseerde centra.

DEMENTIE

Dementie is een ernstige aftakeling van het geheugen en van andere vaardigheden die met ons denken te maken hebben. Vaak wordt eerst het kortetermijngeheugen aangetast: een dementerende weet bijvoorbeeld niet meer wat hij gisteren gedaan heeft. In een verder gevorderd stadium vallen ook het onmiddellijke geheugen en het langetermijngeheugen (onze herinneringen) weg.

Dementie is méér dan vergeetachtigheid. Stress, een druk bestaan, een emotioneel moeilijke periode… kunnen maken dat iemand tijdelijk zaken minder goed kan onthouden. Bij dementie is er sprake van een alsmaar grotere achteruitgang veroorzaakt door een onherstelbare aantasting van de hersenen.

Naast geheugenproblemen zullen mensen met dementie na verloop van tijd ook andere vaardigheden kwijtraken. Ze kunnen moeilijkheden krijgen met praten (afasie) en bijvoorbeeld alleen nog maar onsamenhangende zinnen met vage woorden of foute woorden maken. Ze kunnen vertrouwde dingen niet meer herkennen (agnosie) of vertrouwde handelingen zoals hun veters strikken niet meer uitvoeren (apraxie). Ze verliezen hun gevoel voor plaats en ruimte en gaan op den duur ook heel nabije personen, zoals hun partner of kinderen, niet meer herkennen. Ook andere zaken zoals rekenen, plannen maken, hun impulsen beheersen wordt na verloop van tijd moeilijk.

De voorlopige diagnose wordt vaak gesteld door de huisarts. Vervolgens is een verwijzing naar een specialistische instelling, zoals een geheugenpolikliniek of een psychodiagnostisch testcentrum aangewezen.
Hier wordt de diagnose bevestigd en vastgesteld om welke vorm van dementie het gaat. Daarna zal besproken worden wat de mogelijkheden voor behandeling en begeleiding zijn. 

Om dementie en andere cognitieve stoornissen bij ouderen te kunnen vaststellen, de ernst ervan in kaart te brengen en richting te geven aan behandeling en begeleiding, is een goed onderbouwd en praktisch diagnostisch instrumentarium nodig. De testings worden gesitueerd ten opzichte van de cognitieve functies die er vooral mee getest worden: aandachtsfuncties, geheugenfuncties betreffende oriëntatie, anterograde geheugenfuncties (nieuwe informatie leren), retrograde geheugenfuncties (oproepen en herkennen uit het langetermijngeheugen), taalfuncties, somatognosie, praxis, logisch denken en executieve functies. De anterograde geheugentests met een uitgestelde conditie nemen daarbij een centrale plaats in, samen met de tests die als tussentaken ingeschakeld zijn.

Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en de regionale expertisecentra dementie helpen je graag zoveel mogelijk op weg om de gepaste hulp en ondersteuning te vinden. Daarnaast kan er vanuit de zorgsector ook bijkomende ondersteuning geboden worden via het intermutualistisch contactpunt. Dit zorgt ervoor dat hulp- en zorgverleners op een laagdrempelige manier kunnen signaleren wanneer een persoon met dementie of zijn mantelzorger extra ondersteuning nodig heeft. De diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen bekijken de nood en zorgen voor de nodige begeleiding. Via het contactpunt wordt een brug gebouwd tussen de persoon met dementie en alle mogelijke hulpverleners. Zorgverleners kunnen het contactpunt bereiken via contactpuntdementie@dmwvlaanderen.be.

Centrum-Psychodiagnostiek
is een afdeling van Falconcare BV