Diagnose

IQ - Intelligentie onderzoek

Het concept intelligentie is complex. Daarom wordt vrij algemeen aanvaard dat intelligentie een multifactorieel of multidimensionaal concept is. 

Intelligentie is een mentale eigenschap met veel verschillende functies zoals de mogelijkheid overeenkomsten en verschillen op te merken in waarnemingen, zich in de ruimte te oriënteren, te redeneren, plannen te maken, problemen te doorgronden en op te lossen, in abstracties te denken, ideeën en taal te begrijpen en te produceren, informatie op te slaan in het geheugen en daar weer uit op te halen en te leren van ervaringen.  

Wat stellen de IQ-resultaten voor :

IQ85 – IQ115:    een gemiddelde intelligentie
IQ > 135:           hoogbegaafd
IQ < 70:             zwakbegaafd

Met een intelligentieonderzoek wordt nagegaan hoe cognitief vaardig je bent. Vaak wordt een intelligentieonderzoek geadviseerd wanneer de schoolresultaten niet binnen de verwachtingen liggen.
Eveneens kan een intelligentietest ingezet worden als psycho-educationele test en bij het vaststellen van neuropsychologische en psychiatrische stoornissen (ASS, ADHD, …) 

De doelstelling van het onderzoek bepaald mede hoe uitgebreid dit wordt uitgevoerd.

WPPSI-III-NL | Wechsler Preschool and Primary Scale of Intelligence
De test is ontwikkeld voor kinderen van 2 jaar 6 maanden t/m 7 jaar 11 maanden.
Het is de eerste genormeerde Nederlandstalige intelligentietest voor deze leeftijdsgroep om algemene cognitieve capaciteiten te meten, die bovendien betrouwbaar en valide genoemd kan worden.
De test wordt individueel afgenomen en geschiedt volgens de pen-en-papiermethode.

De afnameduur is 30 – 50 minuten.

WISC-V-NL | Wechsler Intelligence Scale for Children-V
De WISC-V is een individueel af te nemen, klinische instrument voor een uitgebreid onderzoek naar de intelligentie van kinderen tussen 6 jaar en 16 jaar en 11 maanden. De afname geschiedt digitaal of volgens de pen-en-papiermethode.

De afnameduur is 75 – 90 minuten. 

WAIS IV-NL | Wechsler Adult Intelligence Scale IV-NL
Deze test is ontwikkeld voor de intelligentiebepaling bij volwassenen tussen 16 en 85 jaar.

De WAIS-IV-NL wordt individueel afgenomen en geschiedt digitaal of volgens de pen-en-papier- methode.

De afnameduur is 60 – 90 minuten.

Op zoek naar een non-verbale IQ-test? Neem gerust contact op.

Voor hoogbegaafdheid of zwakbegaafdheid kan een gericht behandelingsadvies worden gegeven. 

Het behandelingsadvies betreft het coping gedrag om de levenskwaliteit te verbeteren.

IQ - Hoogbegaafdheidsonderzoek

Bij hoogbegaafdheid denken we vooral aan hoge prestaties, hoge cijfers op school en een hoog intelligentiequotiënt. Dit is echter een behoorlijke misvatting.
Enkele typerende kenmerken zijn:

  • zeer snel en divergent denken
  • een goed geheugen
  • veel ‘waarom’-vragen
  • als kind goede punten halen maar niet opletten in de klas of de leerkracht verbeteren
  • ontwikkelingsvoorsprong
  • creatief en vindingrijk
  • grote gedachtensprongen maken
  • hoge mate van zelfstandigheid
  • apart gevoel voor humor
  • hoge mate van concentratie (mits interesse en voldoende uitdaging)
  • sterk rechtvaardigheidsgevoel
  • geen/weinig aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten

Het testonderzoek omvat een gesprek, een intelligentiemeting maar ook een uitgebreide ontwikkelingsanamnese, emotioneel belevingsonderzoek en indien nodig aanvullende neuropsychologische onderzoeken.

Voor hoogbegaafdheid of zwakbegaafdheid kan een gericht behandelingsadvies worden gegeven. 

Het behandelingsadvies betreft het coping gedrag om de levenskwaliteit te verbeteren.

ASS - Autisme Spectrum Stoornis

Autisme wordt beschouwd als een pervasieve ontwikkelingsstoornis met een neurologische oorzaak.

De ontwikkeling verloopt verstoord op grond van:

Een stoornis in het sociale contact, met name in de sociale wederkerigheid
Personen met autisme hebben moeite in de omgang met anderen omdat sociale regels heel wisselend (naargelang de context) en onzichtbaar zijn. Bovendien is zowel het inzicht in wat anderen voelen en denken als het doorzien van sociale situaties zeer beperkt. Daardoor krijgen ze heel wat labels mee: koppig, gedragsgestoord, onbeleefd, excentriek, bizar, egoïstisch, vreemd,…

Een stoornis in de verbale en non-verbale communicatie
Taal wordt door hen vaak letterlijk begrepen. Gelaatsuitdrukkingen, lichaamstaal en sociale aanwijzingen werken vaak niet. Ook het denken in abstracte begrippen is voor hen vaak niet eenvoudig.

Een opvallend beperkt repertoire van interesses en activiteiten
Vaak hebben ze slechts oog voor enkele objecten, onderwerpen of activiteiten (bijvoorbeeld draaiende wieltjes, treinen of het openen en sluiten van deuren). Ze kunnen zich moeilijk aanpassen aan nieuwe situaties en hebben moeite met veranderingen. Vaak hebben ze een beperkt gedrags- en interessepatroon. Mensen met autisme nemen de wereld op een andere manier waar. Vaak richten ze zich op (onbelangrijke) details en zien het geheel niet, waardoor ze ook tot een andere betekenisverlening komen.

Een stoornis in het verbeeldingsvermogen
Deze stoornis (zich onvoldoende iets kunnen verbeelden/voorstellen en er betekenis aan kunnen verlenen) kan zich uiten in o.a. een totaal gebrek aan verbeelding, invoelingsvermogen, maar ook in een teveel aan fantasie.

Deze verschijnselen worden meestal zichtbaar voor het derde levensjaar.

Autisme uit zich op duizenden verschillende manieren. En hoe ouder – of hoe intelligenter – iemand met autisme is, hoe meer hij geleerd heeft de stoornis te compenseren en camoufleren.

Qua niveau van functioneren zijn er vaak uitschieters, zowel naar boven (bv. op het gebied van getallen of techniek) als naar beneden (bv. sociaal inzicht of aanpassingsvermogen).

Autistische stoornissen vormen een spectrum van aandoeningen die per individu en per leeftijd kunnen verschillen in ernst en verschijningsvorm. De kenmerken hoeven zich niet altijd op alle fronten (direct) te manifesteren.

De stoornis komt voor bij kinderen met uiteenlopende niveaus van verstandelijk functioneren, van diep zwakzinnig tot hoog intelligent en komt aanzienlijk meer voor bij jongens dan bij meisjes.

Personen met een ‘Autistische stoornis’ worden wereldwijd geclassificeerd binnen de diagnostische categorie PDD (Pervasive Developmental Disorder), zoals in de DSM V.

Autisme Spectrum Stoornissen worden steeds multidisciplinair vastgesteld. Een psychiater en klinisch psycholoog aangevuld met eventueel een logopedist en kinesist.

De diagnosestelling wordt voorafgegaan door een uitgebreide anamnese. Via een gesprek met de ouders, observatiegegevens vanuit de school en het scoren van diverse vragen- en observatielijsten krijgen we een eerste indruk over het sociaal-emotioneel functioneren van de persoon. Een intelligentieonderzoek en een onderzoek naar de schoolse vaardigheden bezorgt ons de nodige aanvullende informatie. Een onderzoek naar de motorische ontwikkeling en een taalonderzoek worden indien nodig uitgevoerd. 

Wie komt in aanmerking voor onderzoek ?
Afhankelijk van de algemene ontwikkeling van het kind kan een onderzoek vanaf 2 jaar. 

Hoe verloopt het onderzoek ?
We bevragen de voorgeschiedenis van uw kind, de vroegontwikkeling en de huidige symptomen die aanleiding zijn tot verder onderzoek. Bij volwassenen wordt aandacht besteed aan het functioneren op beroepsvlak en relationeel.

Observatiegegevens van school of CLB worden bevraagd. Komen er tijdens het intakegesprek voldoende argumenten naar voor om over te gaan tot een onderzoek naar de aanwezigheid van een autisme spectrumstoornis, dan starten we een onderzoek.
In sommige gevallen is de aanmeldingsklacht minder duidelijk en is het noodzakelijk andere psychische of ontwikkelingsproblematieken uit te sluiten.

In de meeste gevallen zijn volgende onderzoeken noodzakelijk :
Belevingsonderzoek : Dit onderzoek peilt naar de aanwezigheid van triade kenmerken.
Intelligentieonderzoek : We gaan na over welke cognitieve vaardigheden het kind beschikt, of er een discrepantie is tussen het verbale en performale deel van de intelligentie. Tevens zijn de observatiegegevens belangrijk.
Er wordt een uitgebreide ontwikkelingsanamnese afgenomen.
Aan de ouders en de school worden vragenlijsten meegegeven. Wenst u te weten hoe u deze invult neem dan een kijkje op deze website bij ‘praktische informatie’.
Wanneer alle onderzoeken werden uitgevoerd volgt een MDO.
Vervolgens wordt u uitgenodigd voor een eindbespreking en krijgt u adviezen rond opvang, verdere begeleiding, schoolkeuze, G.On begeleiding enz.

Psychiatrisch onderzoek : de kinderpsychiater onderzoekt het kind en heeft tevens een onderhoud met de ouders.

Woordverklaring
MDO : Betekent multidisciplinair overleg. Nadat uw kind alle onderzoeken, noodzakelijk om tot een diagnose te komen, doorliep ,wordt er een datum vastgelegd voor een MDO. Hierop zijn alle personen aanwezig die bij dit onderzoek betrokken waren. De testresultaten worden overlopen en er wordt na overleg al dan niet een diagnose gesteld. Dan pas wordt het verslag gefinaliseerd en kan u uitgenodigd worden voor een eindbespreking.

 

Differentiaal diagnose : Het stellen van een diagnose door het afwegen van de waargenomen verschijnselen tegen die van verschillende bekende ziektebeelden. Vaststellen van een aandoening, ziekte of klacht door uitsluiting van andere mogelijke aandoeningen op grond van de bevindingen uit de anamnese en het onderzoek.

 

Ontwikkelingsanamnese : Volledig verloop van de ontwikkeling vanaf de geboorte tot nu, met aandacht voor alle ontwikkelingsaspecten zowel sociaal, cognitief als emotioneel.

 

 

 

Wenst u voorafgaand aan dit gesprek toch nog meer informatie dan kan u tijdens de werkdagen tussen 9u en 16u terecht op ons telefoonnummer 03/321 09 88.

Na afloop van het onderzoek vindt een uitgebreid eindgesprek plaats. Hier wordt zowel het onderzoek en de diagnose toegelicht, als tips en advies gegeven. Indien gewenst door de cliënt bestaat de mogelijk tot individuele begeleiding of relatie- en gezinsbegeleiding. De familie kan ingelicht worden en de cliënt kan verder gecoacht worden. De begeleiding kan zowel betrekking hebben op relaties als werksituatie.

Er zijn grote verschillen in gedrag en problematieken binnen het ASS spectrum.
Bij autisme wordt steeds een begeleiding op maat gegeven.

AD(H)D - Attention Deficit and Hyper activity Disorder

AD(H)D (Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder) is een ontwikkelingsstoornis die wordt gekenmerkt door een concentratietekort, impulsiviteit en/of hyperactiviteit
Deze problematiek kan voorkomen bij zowel kinderen, jongeren en volwassenen. 

Er zijn ook mensen die hyperactief zijn en daar perfect mee kunnen leven. Wellicht is hun hoge activiteit eerder een kwestie van temperament dan dat er echt sprake is van AD(H)D. Overigens bestaat er ook ADD, dat is AD(H)D zonder de hyperactiviteit. 

Te verwachten problemen zijn onder andere:

  • Snel afgeleid
  • Moeilijk taken te verrichten
  • Moeilijk aanwijzingen opvolgen
  • Makkelijk anderen in de rede vallen
  • Moeite om een opdracht af te maken
  • moeite met speelgoed opruimen
  • Altijd rennen, springen, friemelen
  • Moeilijke (school)loopbaan
  • Slechte tijdsstructuratie

We spreken enkel van AD(H)D indien de problemen zich op zodanige wijze voordoen dat het een normaal functioneren in de weg staat.

Bij het AD(H)D onderzoek worden naast de cliënt ook informanten betrokken (ouders, familie, school, ….).
Het volledige onderzoek bestaat uit gesprekken, interviews en neuropsychologische testen. 

Voor een formele diagnosestelling is een psychiatrisch onderzoek noodzakelijk.
Hiervoor heeft u de keuze tussen een psychiater naar eigen keuze of een psychiater waar Falconcare mee samenwerkt (externe samenwerking).

Eens de diagnose AD(H)D gesteld kan men leren ermee om te gaan, het te aanvaarden en te begrijpen.
Ondersteuning en begeleiding zijn daarbij erg belangrijk.
Bij Falconcare kan je, in samenspraak met de therapeuten van Synerga voor een therapeutische begeleiding. 
Psychotherapie wordt toegepast om problematische gedragswijzen te vervangen door meer aangepaste gedragingen. Vaak wordt bij deze gedragstherapie het hele gezin ingeschakeld (gezinsbegeleiding, opvoedingsondersteuning,…).

Er is nog geen geneesmiddel of andere behandeling die AD(H)D geneest. Wel kunnen geneesmiddelen de verschijnselen verminderen, doch het geneest niets. Er dient rekening te worden gehouden met eventuele bijwerkingen. 

LEER- & PSYCHOMOTORISCHE STOORNISSEN

Een leerstoornis doet zich voor tijdens de prille kinderjaren in het leren van vaardigheden, zoals lezen, schrijven, rekenen, spreken, taal en zelfs bewegingen (motorische vaardigheden). Onbehandeld kunnen ze later voor grotere problemen zorgen of voor een tragere vooruitgang tijdens de schoolloopbaan. 

De meest voorkomende leerstoornissen zijn:

  • dyslexie (leesproblemen) en dysgrafie (spelling- en schrijfproblemen);
    ze komen vaak samen voor.
  • dyscalculie: moeite met het begrijpen van wiskundige concepten, zoals het rangschikken van cijfers en ruimtelijk inzicht.
  • dysfasie: problemen met de spraak of het leren van taal. Meestal wordt dit al in de vroege ontwikkeling van het kind opgemerkt. Gebruikt het kind geen woorden tegen de leeftijd van twee jaar, of zinnen tegen de leeftijd van drie jaar, dan is er mogelijk sprake van dysfasie. De taalachterstand die hierdoor ontstaat, kan gevolgen hebben in de volwassenheid onder de vorm van taal- of begripsproblemen.
  • dyspraxie: bijzondere motorische onhandigheid die zich uit in niet goed gecoördineerde bewegingen; dit heeft niets te maken met een intellectuele achterstand of algemene medische toestand.

Voor een diagnosestelling dienen betrokken te worden: logopedisten, kinesisten, psychomotorische therapeuten naargelang de specifieke problematiek.

Na de diagnose wordt met het MDT besproken of een behandeling aangewezen is. In de meeste gevallen zijn een aantal compensatorische maatregelen voldoende. Soms is er een absoluut tekort aan spellingsregels en kunnen deze alsnog getraind worden. In de meeste gevallen zijn de STICORDI maatregelen aangewezen om het schools functioneren te ondersteunen.

Wij verwijzen door naar gespecialiseerde centra.

ANGST

Het feit dat we angst kunnen voelen is een belangrijk overlevingsmechanisme. Het helpt ons gevaar te herkennen en te vermijden. Bij een aantal mensen staat de angst echter niet meer in verhouding tot datgene waar ze bang voor zijn. Angst kan zo verlammend zijn dat ze allerlei zaken gaan vermijden. Dat kan een ernstige impact hebben op hun leven. Vaak geraken mensen ook in een vicieuze cirkel waardoor ze alsmaar meer gaan vermijden en alsmaar angstiger worden. 

Angststoornissen kunnen verschillende vormen aannemen. 

Een paniekstoornis houdt in dat je geregeld paniekaanvallen krijgt zonder dat daar een duidelijke reden voor is.

Van fobieën spreken we als je angst voor iets heel specifiek ontwikkelt. Hoogtevrees, angst voor kleine ruimtes (claustrofobie), voor drukke plekken met veel mensen (agorafobie) of vliegangst zijn daar enkele voorbeelden van. Er bestaan heel veel soorten fobieën. Een fobie hoeft niet per se problematisch te zijn: hoogtevrees hebben is niet erg zolang je niet ergens op moet klimmen. Angst voor spinnen hoeft geen probleem te zijn als er iemand in huis is die voor jou de spinnen weghaalt. Een aantal fobieën kan echter wel een enorme impact hebben op je dagelijks leven. Ze kunnen maken dat je heel veel normale zaken in het leven gaat mijden. 

Van een gegeneraliseerde angststoornis of piekerstoornis spreken we bij iemand die voortdurend piekert, overbezorgd is en vreest dat zaken fout gaan lopen. Je bent dan eigenlijk voortdurend gespannen en prikkelbaar en de minste aanleiding is genoeg om je enorm ongerust en angstig te voelen.

Angstproblematieken kunnen worden getest vanuit een persoonlijkheidsonderzoek.

De behandeling van angstproblematieken wordt vooral therapeutisch begeleid vanuit de cognitief- gedragstherapeutische aanpak. 

Medicatieve ondersteuning kan hierbij helpend zijn. Echter werkt dit enkel symptomatisch. 

DEPRESSIE

Depressie is een veelvoorkomende klacht waarbij een sombere stemming en verlies van interesse en plezier centraal staan.

De lijn tussen je een tijd depressief voelen en het kunnen spreken van een echte depressie is vaag. De intensiteit en ernst kunnen erg verschillen.
Er is op zich niets mis met eens een mindere dag hebben, je verdrietig of ontevreden voelen over een bepaalde gang van zaken of rouwen om een afscheid. Indien je langere tijd depressieve gevoelens hebt zoals neerslachtigheid en negatieve gedachten die je dagelijks functioneren verstoren, dan kan er sprake zijn van een depressie.

De meest voorkomende symptomen van depressie zijn:

  • Neerslachtigheid
  • Interesse en plezier verliezen van alledaagse dingen
  • Verstoorde eetlust: minder eetlust of juist overdreven eetlust
  • Slecht slapen of net moeilijk uit bed komen
  • Rusteloos zijn of juist loomheid ervaren
  • Weinig energie of moe zijn
  • Gevoelens van waardeloosheid of schuldgevoelen
  • Moeilijk kunnen concentreren, geheugenproblemen of besluiteloosheid
  • Gevoelens van wanhoop en gedachten aan zelfmoord

Depressie kan worden getest vanuit een combinatie van specifieke testings aangevuld met persoonlijkheidsonderzoek.

De meest effectieve begeleiding van depressie gebeurt vanuit een combinatie van psychotherapeutische en medicatieve behandeling. Psychotherapeutisch wordt gekeken naar de specifieke factoren die bijdragen aan depressie. Vervolgens worden nieuwe gedrags- en cognitieve patronen geïntegreerd in de levenscontext. 

PERSOONLIJKHEID

Een persoonlijkheidsonderzoek is een vorm van psychologisch onderzoek waarin we je persoonlijk functioneren in kaart brengen. Soms nodigen we vertrouwenspersonen mee uit indien aangewezen. Een persoonlijkheidsonderzoek kan een verlengstuk zijn van je consultatie bij een arts/psychiater. 

Hoe voel jij je? Welke kenmerken typeren jou? Hoe ga je om met emotionele gebeurtenissen en spanningen? Hoe reageer je bij stress? Hoe functioneer je in relaties met andere mensen? Is er sprake van een bepaalde symptomatologie? Een bepaald patroon in je functioneren, in je gedrag? Moeten we een diagnostische overweging maken? Is er sprake van een bepaalde stoornis, een ziektebeeld? Hoe ervaar je anderen, je gezin, je werkomgeving, je school? Dit zijn enkele vragen waarop we tijdens het onderzoek een antwoord geven. Naargelang jouw leeftijd en jouw zorg, kijken we welke persoonlijkheidsvragenlijsten we gebruiken. We observeren jou ook en nemen een klinisch interview af waarin we luisteren naar je motivatie, je doelstelling, de vraag van je arts/psychiater enz.

Een persoonlijkheidsonderzoek helpt je om je eigen gedrag beter te begrijpen, meer te weten te komen over jezelf en waar nodig de juiste aanpak te vinden. De resultaten van het onderzoek brengen we steeds in verband met jouw leeftijd en jouw ruimere context waarin je leeft. 

Voorkomende persoonlijkheidsproblematieken zijn borderline, narcisme, psychopathie en andere.

Het persoonlijkheidsonderzoek start met een kennismakingsgesprek. Hierna wordt er gebruik gemaakt van verschillende persoonlijkheidsvragenlijsten. De vragenlijsten brengen niet alleen persoonlijkheidskenmerken in kaart maar ook de klachten en het copinggedrag. De resultaten van de vragenlijsten worden geinterpreteerd en in de context van het leven van de persoon geplaatst. 

De behandeling van persoonlijkheidsproblematiek gebeurt veelal psychotherapeutisch. Een goede therapeutische begeleiding werkt op het gedragsniveau maar tevens op de persoonlijke motivatie. Een analyse van het verleden geeft vaak handvaten om nieuwe gedragspatronen in het heden mogelijk te maken. 

Bepaalde persoonlijkheidsproblematieken zoals bijvoorbeeld borderline vragen specifieke aanpak zoals dialectische gedragstherapie. Hiervoor wordt verwezen naar gespicaliseerde centra.

DEMENTIE

Dementie is een ernstige aftakeling van het geheugen en van andere vaardigheden die met ons denken te maken hebben. Vaak wordt eerst het kortetermijngeheugen aangetast: een dementerende weet bijvoorbeeld niet meer wat hij gisteren gedaan heeft. In een verder gevorderd stadium vallen ook het onmiddellijke geheugen en het langetermijngeheugen (onze herinneringen) weg.

Dementie is méér dan vergeetachtigheid. Stress, een druk bestaan, een emotioneel moeilijke periode… kunnen maken dat iemand tijdelijk zaken minder goed kan onthouden. Bij dementie is er sprake van een alsmaar grotere achteruitgang veroorzaakt door een onherstelbare aantasting van de hersenen.

Naast geheugenproblemen zullen mensen met dementie na verloop van tijd ook andere vaardigheden kwijtraken. Ze kunnen moeilijkheden krijgen met praten (afasie) en bijvoorbeeld alleen nog maar onsamenhangende zinnen met vage woorden of foute woorden maken. Ze kunnen vertrouwde dingen niet meer herkennen (agnosie) of vertrouwde handelingen zoals hun veters strikken niet meer uitvoeren (apraxie). Ze verliezen hun gevoel voor plaats en ruimte en gaan op den duur ook heel nabije personen, zoals hun partner of kinderen, niet meer herkennen. Ook andere zaken zoals rekenen, plannen maken, hun impulsen beheersen wordt na verloop van tijd moeilijk.

De voorlopige diagnose wordt vaak gesteld door de huisarts. Vervolgens is een verwijzing naar een specialistische instelling, zoals een geheugenpolikliniek of een psychodiagnostisch testcentrum aangewezen.
Hier wordt de diagnose bevestigd en vastgesteld om welke vorm van dementie het gaat. Daarna zal besproken worden wat de mogelijkheden voor behandeling en begeleiding zijn. 

Om dementie en andere cognitieve stoornissen bij ouderen te kunnen vaststellen, de ernst ervan in kaart te brengen en richting te geven aan behandeling en begeleiding, is een goed onderbouwd en praktisch diagnostisch instrumentarium nodig. De testings worden gesitueerd ten opzichte van de cognitieve functies die er vooral mee getest worden: aandachtsfuncties, geheugenfuncties betreffende oriëntatie, anterograde geheugenfuncties (nieuwe informatie leren), retrograde geheugenfuncties (oproepen en herkennen uit het langetermijngeheugen), taalfuncties, somatognosie, praxis, logisch denken en executieve functies. De anterograde geheugentests met een uitgestelde conditie nemen daarbij een centrale plaats in, samen met de tests die als tussentaken ingeschakeld zijn.

Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en de regionale expertisecentra dementie helpen je graag zoveel mogelijk op weg om de gepaste hulp en ondersteuning te vinden. Daarnaast kan er vanuit de zorgsector ook bijkomende ondersteuning geboden worden via het intermutualistisch contactpunt. Dit zorgt ervoor dat hulp- en zorgverleners op een laagdrempelige manier kunnen signaleren wanneer een persoon met dementie of zijn mantelzorger extra ondersteuning nodig heeft. De diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen bekijken de nood en zorgen voor de nodige begeleiding. Via het contactpunt wordt een brug gebouwd tussen de persoon met dementie en alle mogelijke hulpverleners. Zorgverleners kunnen het contactpunt bereiken via contactpuntdementie@dmwvlaanderen.be.

Centrum-Psychodiagnostiek
is een afdeling van Falconcare BV